Uitspraak kort geding

De rechter heeft een uitspraak gedaan naar aanleiding van het kort geding van maandag 25 mei 2020. De rechter bevestigt in het vonnis het standpunt van Vitesse, dat de coronapandemie een gebrek is dat voor Vitesse kan leiden tot een recht op vermindering van de huurprijs. Omdat de exacte gevolgen van de crisis op dit moment nog niet voldoende duidelijk zijn, heeft de rechter in dit kort geding de vordering van Vitesse niet kunnen toewijzen. Maar het vonnis is een bevestiging van het standpunt van Vitesse en een basis voor mogelijke voortzetting van de aanspraak op vermindering van de huurprijs.

Algemeen directeur Pascal van Wijk: “We hebben uiteraard respect voor het oordeel van de rechter. Op voorhand wisten we dat de kans op een oplossing via een kort geding beperkt zou zijn. Hoewel wij nog altijd openstaan om met de wederpartij om tafel te gaan om tot redelijke huurafspraken te komen, lijken onze kansen in een bodemprocedure aanzienlijk hoger te zijn dan in het kort geding.” De directeur vervolgt: “Wij blijven bij ons standpunt, dat als er geen huurgenot verschaft kan worden, juist in een uitzonderlijke crisistijd waarin we ons momenteel bevinden, we met elkaar tot redelijke afspraken moeten komen. We zien dat de rechter ons daar gelijk in geeft. Inmiddels is ook duidelijk dat meerdere clubs kritisch kijken naar de huur van het stadion. Vitesse is hierin overigens geen uitzondering.”

Vitesse legt zich dan ook niet zomaar neer bij deze situatie. Van Wijk: “We moeten door en we gaan dus ook door. Armen wijd, borst vooruit en kop omhoog. Ondanks alle corona-omstandigheden, bereiden we ons voor op het nieuwe seizoen. Eerder deze week hebben we onze nieuwe hoofdtrainer gepresenteerd en de seizoenkaartcampagne is gisteren zeer succesvol gestart, met een recordaantal supporters die binnen één dag verlengd hebben. Hoewel we het vizier op de toekomst hebben, neemt dat niet weg dat we ons gaan beraden op eventuele juridische vervolgstappen om alsnog tot betere huurafspraken te komen.”